• 11-05-05-11-05-09-sm2.jpg
  • 11-05-05-11-34-37-sm2.jpg
  • 11-05-05-11-42-57-sm2.jpg
  • 11-05-05-14-10-54-sm2.jpg
  • slider-photo-8.jpg

                     De kracht van stilte


                                          “Even vakantie voor de geest”


We ontmoeten elkaar, minstens twintig deelnemers op leeftijd, zondagmiddag in de meditatieruimte. Tussen kussentjes, krukjes, kleurige doeken, dekens en matjes. Muren van glas, heel veel licht: Mondriaanachtig, eenvoud en evenwicht. Samen willen we v zeven dagen stil zijn.

Cadeau
Ik ben 42 en mijn heupen kraken niet. De meeste mensen die ik liefheb leven nog. Mijn lokken zijn grijs, maar mijn lichaam lijkt vooralsnog gezond. Het is zowaar mijn geest die bij vlagen enigszins tegensputtert. Tijdens deze retraiteweek in het Internationaal Theosofisch Centrum van het bosrijke Naarden krijg ik een inkijkje cadeau van een leven zonder haast, tijd voor raad en meditatie. Van een levenswandel waarin onder meer ouder worden en rouw, hulpbehoevendheid, pijn, knoppenangst en vergeetachtigheid steeds vaker om aandacht en antwoorden vragen. Of om stilte.

Heilzaam
Onze mobiele telefoons en computers gaan uit: wat me aanvankelijk vooral vervelend leek, bleek in die week juist fijn, heel heilzaam. Communiceren kan desgewenst via briefjes op een prikbord. ’s Ochtens om zes uur rinkelt een prettig gedempt wekbelletje, om halfzeven doen we een half uur Chi-Neng Qigong. Na de energieopwekkende oefeningen mediteren we tot het ontbijt van kwart voor acht. Dan vangt de werkmeditatie aan: stilzwijgend stofzuigen, groenten snijden, vegen, afwassen, schoonmaken of opruimen.

Opmerkzaamheid
Stipt kwart voor negen starten we met meditatie-theorie, gevolgd door de praktische kant: afwisselend zit- én loopmeditatie. Buiten staar ik naar deelnemers die zonder te wankelen stukje bij beetje vooruitkomen. v Slow motionachtig. Het toverwoord is immer opmerkzaamheid: het hoofd en de rug rechtop, de knieën los en de blik een paar meter verder, op de grond gericht. Constant bewust van je voeten; hoe ze de lucht ingaan en na een kleine pas de aarde raken. Niet zo hard van stapel lopen is verslavend.

Blijmoedig
De groep oogt geoefend. Beslist en open ook, ondanks onze ‘geslotenheid’. Goedig, en blijmoedig. Ik bespeur de guitige ogen van Gaia, de allerjongste deelneemster. Ze lijkt net een kaars uit de kerk. Lang en dun, haar gezicht een vlam. Ik kijk naar Peter en zijn kruk. De rug gekromd. Hij worstelt, strompelt, sjokt. De confrontatie met vleselijke breekbaarheid veroorzaakt kippenvel. Want Jezus. Ik wil zijn lichaam, floep, als een rietje rechtzetten. Cees, al jaren in een rolstoel vanwege zijn verbrijzelde hielen, knipoogt vaderlijk. Bemoedigend. Kwiek, en kras. Plotsklaps zie ik ménsen. Hun gelaat. Geen gebreken. Geen gehoorapparaten, blaasproblemen of rollators meer. Geen glaucoom of botontkalking, geen haperend hart.

Vredig
Ineens klinkt oud van dagen wonderschoon. O overal rondom mij word ik wijze oude vrouwen gewaar. En in elke rimpel ontwaar ik een richel voor serene ingevingen. De stilte lijkt ons aan elkaar te smeden: de stilte verbindt, en in die stilte ontwikkelt zich iets ridderlijks. Iets scheutigs. Woorden staan ons immers vaak in de weg. Niet spreken voelt vredig. Vrijwel elk geschil, elke twist of kift mist dikwijls stilte: ‘zinloosheid’.

Vuurtje
Retraitebegeleidster Jotika Hermsen (85) kampt met polymyositis, een ziekte waarbij veel spieren ontsteken. Als geen ander weet ze welke veranderingen ouder worden teweegbrengt: “Onze op productie gerichte maatschappij maakt het leven lastig voor ouderen. Het moet goed met je gaan, anders druk je op de samenleving. De vraag is dus: is er nog waardering voor het feit dat je er gewoon bent, als mens?”

Dagelijks, tussen tien en twaalf uur vinden individuele gesprekken plaats over ons persoonlijke meditatieproces. “Tijdens de retraite kijken we naar onszelf” vertelt Hermsen. “Kunnen we dingen in stilte anders zien, en heeft lijden überhaupt zin? ‘Als het hout ontbreekt, kun je geen vuurtje stoken.” Hermsen pleit voor aanvaarding: ‘niet willen en zaken gewoon laten gebeuren’. Voor gelatenheid. “Het is een positieve houding die innerlijke vrijheid geeft, en diepe verbondenheid met alles en iedereen.”

Aanvulling
Op haar 21ste ging Hermsen naar het klooster waar ze een kwart eeuw bleef. Na jarenlang ‘geloven’ voelde ze de onstuitbare behoefte om te ‘zien’. Ze zocht verdieping, besefte plots dat God een concept is. De boeddistische wijsheid ziet ze als wezenlijke aanvulling op het Christendom. “Ik benadruk vooral overeenkomsten: gebroken mensen helpen, het zoeken naar God oftewel waarheid én de meditatie, de stilte.”

Pleister
“Als je focust op wat verbindt”, vervolgt ze, “kom je bij compassie. In ieder geloof zit dezelfde pure kern: Liefdevolle, genadevolle compassie. Door te mediteren zet je je geest op een hoger plan. Onze geest is ongetemd, laat zich inkleuren met gedachten en gevoelens. Door te mediteren ga je met je geest naar inzicht en gelijkmoedigheid, niet naar gehechtheid en vastgeroeste gewoontes. Gehechtheid plakt, het is een pleister. Stilte weekt die langzaam los.”

Kraanvogeltjes
Na drie dagen wil ik het zwijgen zielsgraag - hetzij heel even - doorbreken. Ik wil mijn lief bellen. Vertellen over het verrukkelijke biologische eten en het dartelende hert dat ik zag. Ik wil zeggen dat hij de allerliefste is, ik wil de kinderen kussen. Juist geluidloosheid stilt mijn verlangen vrijwel ogenblikkelijk. Drie kleine origami kraanvogeltjes bungelen boven de buffettafel. Ze passen in een handpalm, doen onopvallend hun broeddriftdans en verschijnen stilletjes aan: eerst in de gang en later bij het Boeddhabeeld. Loes, die dagelijks schuin voor me zit, zie ik soms zorgvuldig vouwen. Ik sta bij het raam en drink Yogi thee. Op het theezaklabeltje staat Be proud of being yourself. Grote handen scheppen broze schepsels. Tranen stromen uit mijn ogen. Alles van waarde is weerloos.

Waarheid
“Naarmate we blinder en dover worden kunnen we meer ‘oog krijgen’ voor de werkelijkheid”citeert Hermsen. JJ Suurmond. “Ouderdom slaat barsten in onze illusie dat we de werkelijkheid kunnen toesnijden op onze eigen maat. Aftakeling is een goede leerschool en onze dood de ultieme spirituele leermeester. Net zomin als we controle over onze geboorte hebben, houden we grip op onze dood.”

De woorden van Hermsen worden werkelijkheid: Gemma krijgt bericht dat haar zus is overleden. Gemma oogt sereen, bijna vredig. We branden kaarsen, gedenken haar zus en andere dierbaren. Sommige vrouwen leggen hun hand op haar arm en Jotika spreekt over de dood van haar vader. “Toen hij stierf zei een monnik: life is just a process. Empathisch was het niet, maar die waarheid maakt vrij. Ook als je per se wilt dat iets blijft, hangt de schaduw van verlies boven je blijdschap.”

Tafelorkest
In de keuken klettert bestek en het kraanwater stroomt. Achter een deur draait de was, en de rolstoelwielen van Cees klinken als een dikke winterjas die je dichtritst. De stofzuiger gromt en buiten krabt de hark van Pieter in de harde grond. Ik luister naar krakende, knisperende bladeren; het ritmische bezemvegen van Kristel. Ik begin de stilte eveneens te ‘horen’. Elke dag om twaalf uur eten we warm. In die kalmte ga ik trager eten, mijn smaakpapillen ontwaken: ik proef de venkelsoep, tofu met gember, gebakken witlof en de pasta met verse pesto. Ik zie middaglicht in mijn waterglas landen en het kaarsje op tafel gijzelt mijn blik. In de rust registreer ik het rikketikken van couverts, de schrapende opscheplepels en het veelvuldige uitschenken van thee. Ik hoor anderen én mezelf naarstig slikken. Dit alledaagse tafelorkest is een traktatie.  

Na het middagmaal kunnen we rusten, wandelen of mediteren. Om halfdrie is er Insight Dialogue, een interpersoonlijke meditatievorm. Daarna hernemen we de loop- en zitmeditatie tot het avondeten om halfzes. Vanaf zeven uur mediteren we tot kwart voor acht, om aansluitend nog een uurtje naar een lezing van de begeleiders te luisteren.

Spijkerbed
Zo leren we van GZ-psycholoog Peter Baert hoe stilte kan helpen bij fysieke pijnbestrijding. “Je hoeft de pijn niet op te zoeken” weet hij, “pijn komt wel naar ons. Label je pijn met het woord ‘onprettig’. Adem naar de steken, het kloppen of de scheuten toe waardoor je adem als het ware onder de pijn gaat zitten: je adem draagt de pijn. Je kunt pijn vergelijken met een loden kogel waaraan een gevangene vastzit. Bij verzet wordt de kogel zwaarder, je bent alleen nog met de bol bezig. Het is moedig om de kogel met je mee te dragen. Je hoeft jezelf mentaal niet op een spijkerbed te leggen, maar met geduld en discipline kun je onderscheid maken tussen je lichaam en je geest. Ons lichaam heeft pijn, onze geest is vrij.”

Verademing
De zevende dag trek ik mijn kamerdeur dicht, dubbelop dankbaar en rustig. Nog onontgonnen gebied. Alsof het geraas van roerige gevoelens en gedachten bedaarder is. In stilte lijken ze ‘lichter’, stilte slinkt bedruktheid. Ik put kracht uit de kalmte. Dagen samen zwijgen is ademhalen. Met elkaar. Adem halen, binnenin. Mijn onzekerheid is bedolven onder genegenheid: een verademing. En buiten bewegen struikblaadjes op en neer, luchtige windvlaagjes. Onzichtbare vingers die op blaadjes duwen, de natuur die pianospeelt.

Doorgaans zou amen het bovenstaande beamen, vandaag is een andere taal nader: het Pali past ernaast. Sádhu, sádhu, sádhu.

Nadine Ancher.